maandag, augustus 30, 2004

Analyse: de geringe impact van het gemeentelijk stemrecht voor niet-Europese vreemdelingen


Grafiek gemeentelijk stemrecht Posted by Hello

Dat het gemeentelijk stemrecht voor niet-Europese burgers een symbooldossier is geworden, was al langer duidelijk. Slechts één partij blijft volhouden dat het stemrecht een groot effect zal hebben op de verkiezingsuitslagen. Een blik op de feiten leert ons dat zij ongelijk heeft.

Er liepen in Vlaanderen in 2004 volgens de statistieken 288.375 vreemdelingen rond. Op de 6 miljoen inwoners van het Vlaams Gewest, maken zij iets minder dan 5 percent van de bevolking uit. Uiteraard zullen niet al deze mensen in 2006 naar de stembus trekken om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. In totaal zijn er vier verschillende redenen waarom het aantal stemmende vreemdelingen met een niet-Europese nationaliteit maar een fractie zal vormen van het totaal aantal vreemdelingen.

Ten eerste komen lang niet alle vreemdelingen van buiten de Europese Unie. In 2002 waren er in België exact dubbel zoveel Europese vreemdelingen als niet-Europese. In Vlaanderen is de verhouding iets minder uitgesproken. In 2002 waren daar 104.258 niet-Europese inwoners.

Net als de autochtone Vlamingen moeten ook de niet-Europese burgers de stemgerechtigde leeftijd van 18 jaar bereikt hebben. Hoe die verhouding bij niet-EU burgers juist ligt, is moeilijk te zeggen. Indien ze exact dezelfde zou zijn als bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 2004, dan blijft er nog eens een goeie 20 percent thuis. We hebben –na deze twee stappen- dus nog maar 83.154 potentiële kiezers meer.

De derde reden waarom een groot aantal niet-Europese vreemdelingen zal afvallen, ligt in de wet zelf. Om te mogen stemmen, moeten vreemdelingen ‘gedurende de vijf jaar vóór de indiening van hun aanvraag hun hoofdverblijfplaats ononderbroken in België hebben gevestigd.’ Op een vraag van VLD-senatrice Jeannine Leduc antwoordde toenmalig minister Antoine Duquesne dat het aldus zou gaan om 44.686 stemgerechtigden (de cijfers komen van het Blok).

En nog zijn we er niet. Want niet-EU burgers zijn –in tegenstelling tot personen met de Belgische nationaliteit- niet verplicht hun stem uit te brengen. Ongetwijfeld zal een significant aantal gewoon thuisblijven. Hoeveel percent dat is, is moeilijk te zeggen. Wat we wel kunnen doen, is kijken naar het percentage EU-burgers dat ingeschreven is om (in een andere lidstaat) aan de lokale verkiezingen deel te nemen. Sinds het verdrag van Maastricht heeft elke EU-burger de mogelijkheid om bij de gemeenteraadsverkiezingen zijn stem uit te brengen ongeacht in welke EU-lidstaat hij verblijft. Italianen hebben hier dus al veel langer ‘vreemdelingenstemrecht’. Als we weten hoe veel percent van deze Europese burgers ingeschreven (en dus kiesgerechtigd) zijn, dan krijgen we al een veel beter zicht op het aantal niet-EU burgers dat zijn stem zal uitbrengen. Een onderzoek van de Europese Commissie legt dat percentage in ons land op 17,8 percent (zie pagina 12). Stel dat we dit getal toepassen op het door de minister gegeven cijfer, dan komen we 7.954 kiezers.

Voor wie nood heeft aan enig perspectief: De (kleine) 8.000 kiezers zouden minder dan 2 promille uitmaken van alle Vlaamse kiezers. Of nog: Moesten al deze kiezers in Antwerpen wonen en bij de gemeenteraadsverkiezingen op één partij gestemd hebben die voor de rest geen stemmen haalt, komt haalt deze partij -volgens de 'zetelverdeler' van de Vrije Universiteit Brussel- niet aan genoeg stemmen om ook maar één zetel in de wacht te slepen.

De beweringen als zouden partijen als SP.a of Groen! het gemeentelijk stemrecht voor niet-Europese vreemdelingen gesteund hebben uit electoraal gewin, wordt dan ook helemaal niet ondersteund door de feiten. Het stemrecht was een symbooldossier geworden. Wat niet wegneemt dat er (andere) principiële argumenten tegenin kunnen gebracht worden.